ex horto conclvso

De zaak Coenraet Constantin vander Bruggen

In een publicatie uit 1712 van de Amsterdamse boekhandelaar Jacques Desbordes, getiteld Origine de la cause de Conrard Constantin vander Bruggen1, wordt een rechtszaak tot in opmerkelijk detail ontvouwd. Het blijkt dat vander Bruggen, licentiaat in de rechten, in 1710 onterecht werd beslagen —specifiek ‘ingeschuerde graenen uyt te haelen’— door Jan Carel Verbust, deurwaarder van de Raad van Vlaanderen. Het is een geschiedenis van jaloezie en misbruik van bevoegdheden, waar lokale ambtenaren zich keren tegen hun welgestelde buurman, de heer van Ter Mandere, over fiscale geschillen en vermeende procedurefouten.

Jacobus Lambrechts treedt samen met zeven anderen op als getuige2. Zij verklaren dat op 6 augustus 1710, om acht uur in de ochtend, ‘ten ombyt stonde’, zes mannen zich aanboden bij het Blauwhuys3, het foncier van Ter Mandere. Onder deze zes bevonden zich twee onbekende mannen die aan de werklieden vroegen waar jonkheer vander Bruggen was; ze wilden hem een ‘pampier’ overhandigen. De mannen maakten zich niet kenbaar: ze droegen geen ‘masse4 en hun gedrag wekte wantrouwen.

Het verslag van de gebeurtenissen ontvouwt zich als een toneelstuk, vol levendige dialogen en haast komische details. Coenraet roept zijn griffier en twee schepenen van Ter Mandere bijeen om zijn protest vast te leggen. Een van de vreemden wijst naar de schuur en zegt: ‘Ah sa, dat men daer de Vruchten uythaelt’, waarop Coenraet zich omkerende ‘ten alven synen Hove’ zegt: ‘Dat sal men niet doen, want het syn de myne. Voert uit wat ge moet, maar niet op mijn hof’. Ondertussen blijft een knecht, die door de een van de vreemden wordt verhinderd de poort te sluiten, vermoeid mopperen en uitleggen dat ‘de Volens altyt in de Vruchten loopen’, waarop de vreemde bits reageert: ‘dat se lopen, dat se voor den Duyvel loopen’!

Wanneer Coenraet de situatie probeert te beheersen en stelt dat hij meester is op zijn eigen hof, wordt hij plotseling bij de mouw gegrepen door de vreemde: “Ik arresteer u uit naam van de Koning.” Coenraet, niet onder de indruk, riposteert: “Gij zijt hier op Ter Mandel, gij hebt hier niets te zeggen.” Er ontstaat een schermutseling — ‘dat men koorden brengt! dat men hem bindt!’ — en Coenraet haalt met zijn degen uit naar de vreemde. Uiteindelijk onthult de gekwetste man, door een masse uit zijn zak te trekken, ‘te voren niet gezien’, dat hij Jan Carel Verbust is, deurwaarder voor de Raad van Vlaanderen.

De zes mannen trekken zich terug, maar keren enkele uren later terug, ditmaal met versterking. Verbust, zwaaiend met “een vork van tien à twaalf voeten,” leidt een troep van ongeveer vijftig mannen, bewapend met fusieken5, pistoletten, hellebaarden, vorken, rieken, stokken en ander gereedschap. Ze boeien de werklieden en knechten van Coenraet en begeven zich richting het huis. Op de brug over de omwalling worden ze echter tegengehouden door Coenraet zelf, gewapend met een pistool in de hand en een ander om zijn borst. Hij waarschuwt hen: “Wacht u de voet op de brug te zetten, of ik weet wat mij te doen staat.”

Het getuigenverslag besluit nuchter dat Coenraet nog enige tijd op de brug moest blijven staan om te voorkomen dat “al die razende mensen” het omwalde terrein zouden betreden. Hij vroeg herhaaldelijk aan de deurwaarder of het hem geoorloofd was ‘diergelijke rudessen en vehementiën te gebruiken in materie van exploiten zonder prealabele ordonnantie van den Raad’, en dat hij bereid was tot volledige betaling volgens de ordonnantie van 30 juli, ‘zonder prejuditie van zijn recht’, hetgeen hem nog liever was, verzoekende aan alle omstanders daarvan kennis te nemen.6

De acht getuigen, waaronder onze Jacobus Lambrechts, ondertekenen “in teken der waarheid, met presentatie van hetzelve onder solemnele eed te bevestigen, dies aangzocht zijnde.”

Relevante personen

Jacobus Lambrecht is mijn negende overgrootvader aan moederskant.

Conrard-Constantin Vander Bruggen, geboren in 1680, was de zoon van Constantin Vander Bruggen, secretaris in de Geheime Raad, en de kleinzoon van ridder Conrard Vander Bruggen, raadsheer in de Raad van Brabant, raadsheer en rekwestmeester in de Geheime Raad, en raadsheer in de Hoge Raad voor de Nederlanden in Madrid. De familie Van der Bruggen was afkomstig uit Antwerpen, maar vestigde zich later in Oost-Vlaanderen.7


  1. Vander Brugghen, C.-C. Origine de La Cause de Conrard Constantin Vander Brugghen, Ecuër, Licencié Ès Loix… Avec Les Principales Pieces Concernant Cette Cause et Une Justification Contre Les Procedures de Ses Parties.; Jacques Desbordes: Amsterdam, 1712. ↩︎

  2. De acht getuigen zijn Pieter de Schuymer, Joannes de Maeght (die we herkennen als Jan de Maecht, in 1680 voogd van Jacob/Jacques), Jacobus Lambrechts, Arnoudt Kint, Lieven van Houte, Pieter de Voldere, Pieter de Smet en Gillis Loucheu. ↩︎

  3. Deze attestatie van de naam Blauwhuys voor het foncier van Ter Mandere behoort tot de vroegste. Op de kaart van Beaurain zien we ook al ‘Blauw Castel’ als plaatsaanduiding. Heden ten dage heet de hoeve, gelegen aan de Moerdijkstraat 2, nog steeds ’t Blauw Kasteelke. ↩︎

  4. Masse: knots of wapenstok. Formalisme was cruciaal; een deurwaarder identificeerde zich met de symbolen van zijn ambt, zijnde een wapenstok —een sierlijke staf van ongeveer een halve meter, bekroond met een platgedrukte bol waarop een hurkende leeuw zit met het wapenschild van de overheid. ↩︎

  5. Fusiek: geweer, verbastering van het Franse fusil ↩︎

  6. Hier eindigt het getuigenis. Uit de processtukken, eveneens weergegeven in de uitgave van Desbordes, blijkt dat Verbust met zijn troepenmacht vander Bruggen vastgebonden naar Gent vervoerde, “comme un voleur,” en hem daar aanklaagde voor weerspannigheid. Het hof oordeelde echter dat vander Bruggen zich gewettigd had verdedigd tegen onbekenden en agressoren. ↩︎

  7. Van Bruaene, A.-L. De Gentse Memorieboeken Als Spiegel van Stedelijk Historisch Bewustzijn (14de Tot 16de Eeuw), Verhandelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde Gent, 1998, XXII, p.92. ↩︎


Rubriek:
Genealogie Lambrecht

Concordantie:
Ter Mandere - 't Blauw Kasteelke