ex horto conclvso

Polderbrevier

De horizon is omzoomd met stapeltjes bieten. Links op de vlietdijk vecht de buurman met de wind. Ik ben aan het roken onder een lage hemel en instrueer de spreeuwen als een vliegeraar.

Rechts ligt het dwaalspoor, beter verlicht. Voor ik afsloeg, had ik de geur van de vliet en de ruis van de oude esdoorn in een vloeitje kunnen draaien.

Hier, nu, is de waterlijn verlaten. Oostende is nooit helemaal donker. Men liegt dat de maan geregeld aan het water zou trekken, maar elke golf is het ophalen van een schouder. Een bejaarde geiser zonder streken, alle aspiratie opgeborgen in een tinnen pot. Een lethargisch lijf draait zich continu over de bodem.

Ik blaas een sequens van kleine, stille secundes in het oor van een oester. Nam de moeite niet om ze te noteren. De meeuw slaakt zijn kreten al te prozaïsch, alles waait weg.


Rubriek:
Krabbels